In de praktijk | Financiële psychologie in financiële dienstverlening

Gezond geldgedrag ontwikkelen

Gezond geldgedrag ontwikkel je via een doorlopend leerproces. Met de vier leerfasen van Kolb als basis voor duurzame gedragsverandering.

Mensen veranderen en leren op verschillende manieren. Er zijn verschillende theorieën die het leerproces omschrijven. Deze vinden hun oorsprong in één of meerdere van de psychologische stromingen behaviorisme, cognitivisme, constructivisme, humanistische psychologie of de systeemtheorie.

De gemene deler van deze stromingen is dat zij uitgaan van respectievelijk gedrag, mentale processen en actieve betrokkenheid bij het leren. Voor de rest zijn er grote verschillen in de visies op leren en daaruit voortvloeiende theorieën.

Gezond geldgedrag ontwikkelen

In deze klantcase behandelen we beknopt wat nodig is om mensen te leren hun geldgedrag te ontwikkelen. We hebben daarvoor gekozen voor de theorie van psycholoog en pedagoog David Kolb.

Vier startpunten in het leerproces

Leren is een complex proces dat afhangt van ervaringen en individuele- en omgevingsfactoren. Kolb onderscheidt vier fasen in het leerproces:

  1. concreet: concrete ervaring opdoen, leren door het zelf te doen
  2. reflectief: observeren en reflecteren, waarnemen en overdenken van de ervaring
  3. abstract: vormen en formuleren van abstracte begrippen
  4. actief: experimenteren en actief toetsen, nieuwe dingen ontdekken


Alle leerfasen doorlopen

Afhankelijk van de persoonlijkheid hebben mensen een voorkeur voor een bepaalde manier van leren. De ene mens leert bij voorkeur door direct actief te experimenteren terwijl een ander liever eerst uitgebreid de instructies doorleest.

Om effectief te kunnen leren moeten alle vier fasen in een continue proces doorlopen worden. Dus ook degene die actief experimenteert zal op enig moment de overige leerfasen moeten doorlopen. En degene die liever leest en overdenkt zal concreet aan de slag moeten door het zelf te doen en ervaren.

In de praktijk 1

Het levenslange leerproces met geld

Herman heeft een leven achter de rug dat sterk beïnvloed is door zijn ervaringen met geld. Opgegroeid in de jaren 60 van de vorige eeuw, binnen een gezin dat te maken had met grote armoede, leerde Herman al vroeg de waarde van geld kennen. Deze eerste leerervaringen waren bepalend voor zijn latere omgang met financiën.

Als jonge man moest Herman hard werken om zijn gezin te onderhouden. Hij werkte lange dagen om ervoor te zorgen dat er genoeg geld was voor de basisbehoeften. Deze periode van zijn leven leerde Herman opnieuw om met schaarste om te gaan en voorzichtig te zijn met uitgaven. Hij ontwikkelde een sterke werkethiek en een spaarzame houding.

Toen Herman's kinderen volwassen werden kregen hij en zijn vrouw het financieel wat ruimer. Ze hadden een koopwoning zonder hypotheek en konden financieel gemakkelijk rondkomen. Ondanks dat Herman een gemiddeld inkomen had konden hij en zijn vrouw zelfs gaan sparen. Hun vrienden verklaarden het stel voor gek omdat ze een eenvoudig leven bleven leiden en niet genoten van het geld door het uit te geven aan pleziertjes. Herman en zijn vrouw hadden echter nooit geleerd om geld uit te geven aan luxe. Hun ervaringen met armoede en hard werken hadden hen voor het leven gevormd.

Herman's leerproces met betrekking tot geld laat zien hoe vroege ervaringen en omstandigheden een blijvende invloed hebben op mensen. Zijn armoedige jeugd leerde hem de waarde van geld en de noodzaak van sparen. De periode waarin hij hard werkte om zijn gezin te onderhouden versterkte deze waarden. Zelfs toen Herman financieel ruimer zat bleef hij vasthouden aan een spaarzame levensstijl. Herman en zijn vrouw konden er niet van genieten om geld uit te geven aan pleziertjes omdat ze dit nooit hadden geleerd.

In de praktijk 2

Jan (35 jaar) is zelfstandig ondernemer met een onregelmatig inkomen. In zijn werk is hij een ware vakman, in tegenstelling tot de manier waarop hij met zijn financiën omgaat. Jan geeft vaak impulsief geld uit en heeft moeite om te sparen of te budgetteren. Dit leidt tot stress en financiële onzekerheid.

Jan schakelt daarom een financieel professional in om zijn geldgedrag te leren verbeteren. De professional coacht Jan met behulp van de 4 fasen in de Kolb-leercyclus:

1. Concreet ervaren

Jan is een echte doener en daarom start de professional bij hem met de fase van concrete ervaring. De financieel professional laat Jan gedurende een maand bijhouden waaraan hij zijn geld precies uitgeeft.

Jan houdt al zijn uitgaven bij in een spreadsheet of via een app en registreert daarbij ook zijn inkomsten. Dit geeft Jan een direct en tastbaar overzicht van zijn werkelijke uitgavenpatroon. Dit had hij eerder nooit echt had gedaan.

Tijdens deze fase voelt Jan de realiteit van zijn financiële situatie. Hij ziet bijvoorbeeld dat hij veel geld uitgeeft aan impulsieve aankopen. Bijvoorbeeld uit eten gaan of dure gadgets terwijl hij denkt dat hij niet zoveel uitgeeft.

2. Reflectief observeren

In de tweede fase reflecteert Jan samen met de financieel professional op de concrete ervaring. Ze analyseren zijn uitgaven en ontdekken patronen. De professional vraagt Jan om na te denken over zijn bestedingsgedrag. Waarom maakt hij bepaalde keuzes en wat triggert zijn impulsieve uitgaven?

Jan erkent dat hij vaak geld uitgeeft als hij gestrest is of zich verveelt. Hij merkt op dat hij geen duidelijk plan heeft voor grote uitgaven of sparen. Hij denkt niet bewust na over zijn financiële beslissingen.

3. Abstracte conceptualisatie

Nu komt de fase van abstracte conceptualisatie waarin Jan nieuwe concepten leert en inzichten opdoet. De financieel professional legt de basisprincipes van budgetteren uit en geeft Jan een methode voor het opstellen van een maandbudget. Ze bespreken ook het belang van het scheiden van noodzakelijke en overbodige uitgaven. En hoe Jan buffers kan opbouwen voor onverwachte kosten.

Jan leert ook over de emotionele triggers die tot impulsieve uitgaven leiden. Hij krijgt tips om hiermee om te gaan. Bijvoorbeeld het instellen van denkpauzes voordat hij grote aankopen doet of het vooraf bepalen van een wekelijkse limiet voor ontspanning of luxe.

4. Actief experimenteren

De laatste fase is gericht op actief experimenteren. Samen met de professional stelt Jan een concreet actieplan op. Hij maakt een budgettering waarbij hij zijn maandinkomen verdeelt over verschillende categorieën. Bijvoorbeeld vaste lasten, sparen en vrije bestedingsruimte. Ook stelt Jan specifieke doelen zoals het aanleggen van een financiële buffer van drie maanden aan vaste lasten. Dit wil hij binnen zes maanden geregeld hebben.

Jan begint ook actief zijn impulsieve uitgaven onder controle te houden. Hij doet dit door gebruik te maken van de geleerde technieken zoals het vooraf plannen van uitjes en het hanteren van limieten. Hij monitort zijn voortgang door zijn uitgaven regelmatig te evalueren en aan te passen waar nodig.

Resultaat

Na enkele maanden werken volgens dit model heeft Jan zijn financiële gedrag aanzienlijk verbeterd. Hij is zich bewuster van zijn uitgaven, heeft een consistent spaargedrag ontwikkeld en ervaart minder stress omdat hij nu meer grip heeft op zijn financiën.

Leren is doorlopend proces

In de praktijk zal blijken dat het moeilijk is voor Jan om het nieuwe geldgedrag vol te houden. Het duurt enige tijd voordat het nieuwe gedrag is verankerd in het geldgedrag van de klant. Ook daarna is de kans op terugval in het oude gedrag groot.

Het Kolb-leerproces is geen eenmalig rondje door de verschillende leerfasen. Het is een continue proces waarbij de klant een langere periode, of zelfs een leven lang, blijft leren om diens geldgedrag en financiële besluitvorming te optimaliseren.

Starten met de voorkeursleerstijl

Stel nu dat Jan meer theoretisch is ingesteld dan kan de financieel professional het beste starten in de derde fase van de Kolb-leercyclus: abstracte conceptualisatie. Dit is de fase waarin theoretische inzichten en concepten worden behandeld. Aangezien Jan van nature de voorkeur geeft aan het analyseren en begrijpen van theorieën en concepten, zal hij hier het meest openstaan om te beginnen met leren. Uiteraard zal Jan later ook de andere drie fasen moeten doorlopen om succesvol nieuw geldgedrag aan te leren.

Waarom beginnen met deze fase?

Theoretische basis: Een theoretisch ingestelde Jan zal eerst de noodzaak voelen om zijn financieel gedrag te begrijpen vanuit een theoretisch kader voordat hij praktische stappen wil zetten. In deze fase kan de professional Jan helpen inzicht te krijgen in de principes van geldbeheer, zoals budgetteren, sparen en het omgaan met impulsen. Door hem theoretische modellen en concepten uit te leggen kan Jan deze kennis als basis gebruiken om zijn situatie te benaderen.

Inzicht in de gevolgen: Als Jan eerst de theoretische gevolgen van slecht financieel beheer begrijpt (bijvoorbeeld waarom impulsaankopen de financiële gezondheid ondermijnen of waarom sparen belangrijk is) dan zal hij waarschijnlijk meer motivatie ontwikkelen om deze inzichten in de praktijk toe te passen.

Vertrouwen in het proces: Omdat Jan theoretisch is ingesteld zal hij waarschijnlijk vertrouwen krijgen in de methoden als hij begrijpt waarom ze werken. Dit verhoogt de kans dat hij bereid is om over te gaan naar de meer praktische fasen van de leercyclus, zoals bijvoorbeeld actief experimenteren.

Voordelen voor de vervolgfasen:

Zodra de Jan in deze casusvariant de theorie begrijpt zal hij beter voorbereid zijn op de andere drie fasen in het leerproces. Zijn sterke theoretische basis stelt hem in staat om de abstracte concepten om te zetten in concrete gedragsveranderingen. Tijdens de praktische uitvoering heeft hij dan het vertrouwen dat hij hiermee de juiste stappen zet.

Door de leerstijl van Jan te respecteren en in dit geval te starten bij abstracte conceptualisatie, kan de financieel professional effectief inspelen op zijn voorkeuren en daarmee een meer succesvolle gedragsverandering ondersteunen.