Waar blijven de vrouwen of beter gezegd: waar blijft de feminiteit in onze sector?

Afgelopen maand bezocht ik verschillende congressen voor financieel dienstverleners. Bijeenkomsten voor serviceproviders, opleiders, financieel planners, hypotheekkantoren en assurantieadviseurs. Terwijl ik door de zalen liep, op het beursplein rondkeek en naar de sprekers op de verschillende podia luisterde bekroop mij een ongemakkelijk gevoel.

Zijn we weer terug bij af?

Mijn gedachten gingen terug naar midden jaren tachtig van de vorige eeuw, toen ik mijn eerste stappen zette in de financiële dienstverlening. Ik maakte kennis met bijeenkomsten van verzekeraars en banken en bezocht mijn eerste congressen. De zalen werden toen grotendeels gevuld door mannen in nette pakken. Niet zelden was ik de enige vrouwelijke ondernemer in het gezelschap. Er waren meestal wel een paar andere vrouwen aanwezig maar zij waren vaak de echtgenote van een kantooreigenaar of een binnendienstmedewerker die met haar werkgever mee mocht. De adviseurs, ondernemers, bestuurders en sprekers waren vooral mannen.

De financiële wereld was in die tijd onmiskenbaar masculien. Niet alleen wat betreft de samenstelling van de zaal maar ook in taal, gedrag en de onderwerpen die belangrijk werden gevonden. Het ging over cijfers, producten, rendement, groei en commerciële prestaties. Kennis, financiële successen en overtuigingskracht bepaalden wie er gezag had. Twijfel, kwetsbaarheid en aandacht voor wat er onder de oppervlakte speelde kregen weinig ruimte.

In de jaren daarna zag ik langzaam iets veranderen. Ik ontmoette steeds meer vrouwen die zelf adviseur, financieel planner, ondernemer of kantooreigenaar waren geworden. Zij kwamen niet meer mee met iemand anders. Zij waren er vanuit hun eigen functie, expertise en verantwoordelijkheid. De financiële dienstverlening leek zich stap voor stap te verbreden. Misschien viel het mij daarom afgelopen maand zo sterk op: opnieuw vooral mannen op het podium en een dominante manier van denken die ik herken uit de jaren tachtig, gericht op kennis, techniek, controle, prestaties en oplossen. 

Ik ben eerlijk gezegd nooit een groot liefhebber geweest van congressen. De afgelopen jaren bezocht ik ze dan ook niet zo vaak. Juist daardoor keek ik bij mijn recente bezoeken misschien met enige afstand naar wat zich in de zalen en op de podia afspeelde. Wat ik zag, was opnieuw een hoog gehalte mannen. Dat betrof niet alleen het publiek. Vooral op de podia waren mannen sterk vertegenwoordigd. Zij verzorgden de presentaties, namen deel aan panels en ontvingen een groot deel van de awards. Veel lezingen en onderscheidingen gingen over technologische innovatie, digitalisering en kunstmatige intelligentie.

Begrijp me goed: ik heb niets tegen mannen op een podium. Evenmin wil ik de deskundigheid of prestaties van de winnaars van dergelijke awards ter discussie stellen. Veel ontwikkelingen die worden gepresenteerd zijn indrukwekkend en kunnen de financiële dienstverlening daadwerkelijk verder helpen. Toch bleef er iets knagen.

Want waar blijven de vrouwen? En misschien nog belangrijker: waar blijft de feminiteit?

AI is niet per se mannelijk maar onze benadering ervan op dit moment wel. Kunstmatige intelligentie heeft vanzelfsprekend geen geslacht. Technologie is op zichzelf niet mannelijk of vrouwelijk. Toch wordt AI binnen onze sector vaak gepresenteerd vanuit waarden die traditioneel als masculien worden beschouwd. Het gaat over snelheid, schaalbaarheid, controle, voorspelbaarheid, concurrentievoordeel en efficiency. Over meer doen in minder tijd: meer doen met dezelfde mensen of hetzelfde doen met minder mensen. Over processen versnellen, gegevens combineren, klanten segmenteren en adviezen automatiseren. De technologie moet presteren, problemen oplossen en meetbare resultaten opleveren. Dat zijn waardevolle kwaliteiten. Zonder daadkracht, analyse en technologische vooruitgang zouden organisaties stilstaan. 

Het probleem zit dan ook niet in deze kwaliteiten zelf. Het probleem ontstaat wanneer zij bijna het volledige verhaal gaan bepalen. Want een mens is geen verzameling datapunten. Een klant denkt en handelt niet hoofdzakelijk objectief en rationeel. En een financieel advies, plan of verzekeringsadvies wordt niet vanzelf passend doordat het technisch correct, efficiënt gegenereerd en zorgvuldig doorgerekend is.

Juist daar begint het deel van het verhaal dat ik op veel congressen mis. De mens wordt genoemd maar nog nauwelijks concreet ingevuld. Tijdens presentaties wordt gelukkig regelmatig gezegd dat de mens belangrijk blijft. De technologie neemt taken over, zo horen we, waardoor de adviseur meer tijd krijgt voor persoonlijke aandacht. AI ondersteunt maar de mens blijft uiteindelijk aan het roer. 

Of willen we dat de adviseur van de toekomst vooral een goede verkoper is? 

Dat zou een opmerkelijke uitkomst zijn van alle technologische vooruitgang. Juist nu zou er meer ruimte moeten ontstaan voor menselijke aandacht, begrip en begeleiding. Wat gaat de adviseur doen met de tijd die door AI wordt vrijgemaakt? Wat moet hij of zij kunnen om werkelijk van betekenis te zijn? Hoe voeren we een gesprek waarin niet alleen de financiële gegevens maar ook angst, verlies, schaamte, onzekerheid en conflicterende verlangens een plek krijgen? Hoe herkennen we dat iemand verstandelijk instemt met een advies maar emotioneel nog lang niet zover is?

En hoe voorkomen we dat de nadruk op snelheid en efficiency ook het menselijke gesprek binnendringt? Op die vragen hoor ik nog weinig concrete antwoorden. Menselijkheid verschijnt vaak ergens tussendoor of als slotzin op de laatste dia. Als geruststelling na een presentatie over technische mogelijkheden. We zeggen dat de mens centraal blijft staan maar onderzoeken nauwelijks wat dit in de praktijk van een financieel adviseur vraagt. Meer tijd voor de klant leidt namelijk niet automatisch tot meer echte aandacht voor de klant. Een persoonlijk gesprek is niet vanzelf een betekenisvol gesprek. En empathie is geen extra functionaliteit die we eenvoudig aan een adviesproces kunnen toevoegen.

Feminiteit is meer dan de aanwezigheid van vrouwen

Daarom gaat mijn vraag niet alleen over het aantal vrouwen op een podium. Een evenwichtiger verdeling zou waardevol zijn maar daarmee is het onderliggende vraagstuk nog niet opgelost. Ook vrouwen kunnen sterk masculiene waarden vertegenwoordigen. En mannen kunnen juist kwaliteiten inbrengen die we traditioneel als feminien beschouwen. Feminiteit gaat in deze context niet over biologische verschillen maar over de waarden die binnen een sector ruimte krijgen.

Denk aan luisteren zonder onmiddellijk een oplossing aan te dragen. Aan vertragen wanneer een levensgebeurtenis daarom vraagt. Aan intuïtie, verbinding, ontvankelijkheid en aandacht voor onderlinge afhankelijkheid. Aan het durven erkennen dat niet alles meetbaar, maakbaar of voorspelbaar is. Feminiteit betekent ook ruimte bieden aan twijfel. Niet elke klant kan direct een rationele keuze maken. En niet ieder financieel vraagstuk hoeft tijdens één gesprek te worden opgelost. Soms is het belangrijker om te onderzoeken wat iemand nodig heeft om een besluit daadwerkelijk te kunnen dragen. Dat is geen zachtheid om de zachtheid. Het is professionele diepgang. 

Een sector uit balans

Misschien is dat wat mij tijdens de congressen vooral opviel. Niet uitsluitend dat er veel mannen aanwezig waren maar dat één manier van kijken opnieuw dominant leek te zijn. De sector spreekt uitvoerig over wat AI kan maar veel minder over wie de mens moet worden in een wereld waarin technologie steeds meer kan. We investeren in systemen die patronen herkennen maar nog onvoldoende in professionals die menselijke patronen herkennen. We ontwikkelen toepassingen die sneller antwoorden geven terwijl goede financiële begeleiding soms juist begint met het verdragen dat er nog geen antwoord is.

Awards gaan veelal naar zichtbare innovaties. Naar toepassingen, platforms en technologische oplossingen. Menselijke innovatie is moeilijker te demonstreren. Aandacht laat zich niet gemakkelijk opschalen. Een verdiepend gesprek past niet in een flitsende productpresentatie. De waarde ervan wordt vaak pas zichtbaar in de keuzes die iemand maanden of jaren later wel kan maken.

Toch ligt juist daar een belangrijk deel van de toekomst van het vak. Naarmate AI beter wordt in rekenen, analyseren, vastleggen en voorspellen, wordt het onderscheidend vermogen van de financieel professional steeds minder bepaald door toegang tot kennis. Het verschil ontstaat in het vermogen om die kennis te verbinden met het werkelijke leven van een mens.

Waarom ik zelf nog aarzel

Wie mij kent weet dat ik ideeën heb over hoe die menselijke invulling eruit kan zien. Ik zie mogelijke antwoorden in financiële psychologie, kennis van gedrag, motiverende gespreksvoering en aandacht voor de psychologische uitvoerbaarheid van een advies. Ik geloof dat financieel professionals moeten leren luisteren naar wat niet direct wordt uitgesproken. Dat zij niet alleen een plan of advies maken maar ook moeten onderzoeken of het werkelijk bij de klant past. En of een klant dat plan emotioneel en praktisch kan dragen.


Toch voel ik mij ook niet zo comfortabel om dit verhaal in de huidige sfeer op een fysiek podium te brengen, voor een deels masculien publiek dat duidelijk laat merken hier helemaal niet op te zitten wachten, en een deels feminien publiek dat zich niet openlijk laat horen.  


Eigenlijk verbaast me dat want ik kan normaliter best goed uit mijn woorden komen. Na meer dan 35 jaar in de financiële dienstverlening, in uiteenlopende functies en rollen, zou je kunnen zeggen dat ik voldoende ervaring heb om mijn stem te laten horen. Tegelijkertijd herken ik iets van vroeger. Het gevoel dat je een ander geluid vertegenwoordigt dan het geluid dat op dat moment de meeste waardering krijgt. 

Een verhaal over menselijkheid en menselijke behoeften bij financiële dienstverlening moet concurreren met beloften van versnelling. Een verhaal over niet-weten staat naast presentaties vol oplossingen. Een pleidooi voor menselijke complexiteit past minder gemakkelijk in een congresprogramma waarin innovaties het liefst concreet, schaalbaar en meetbaar zijn. Misschien zegt mijn aarzeling daarom niet alleen iets over mijzelf. Misschien zegt zij ook iets over de ruimte die de sector op dit moment biedt aan andere perspectieven.

Waar blijven de andere stemmen?

De vraag is dus niet of we voor of tegen AI zijn. Ook is het niet de bedoeling om mannen tegenover vrouwen te zetten. Dan zouden we opnieuw vervallen in hetzelfde denken in tegenstellingen. De werkelijke vraag is welke waarden we in onze sector willen laten domineren. Willen we alleen sneller, slimmer en efficiënter worden? Of willen we ook beter leren luisteren, begrijpen en begeleiden? Waarderen we vooral wat zichtbaar, technisch en meetbaar is? Of maken we ook ruimte voor wat zich afspeelt in de binnenwereld van de professional en de klant?

Technologische ontwikkeling zonder menselijke verdieping maakt de financiële dienstverlening misschien efficiënter maar niet vanzelf betekenisvoller. Daarvoor is evenwicht nodig: tussen denken en voelen, tussen handelen en afwachten, tussen analyseren en waarnemen en tussen weten en vragen durven stellen.

Misschien moeten we daarom niet alleen vragen waar de vrouwen blijven. We zouden vooral moeten vragen waar de feminiene waarden blijven die onze sector nodig heeft om werkelijk mensgericht te kunnen zijn. Juist dat verhaal mag wat mij betreft vaker op het podium wordt verteld.